WEM universele leemstuc

Technische Gegevens

BeschrijvingUniversele leemmortel droog,
DIN 18947 – LPM 0/2 f – SII -1,8
ToepassingsgebiedEen- of meerlagige machinale of handmatige stuclaag voor
binnen; optimaal als verwarmingsbepleistering voor de WEM
wandverwarmingen. De mortel omsluit de buis en dient voor
een gelijkmatige overdracht van de warmte van de
verwarmingsbuis op het wandoppervlak.
Eigenschappen

Korrelgroep/grootste korrelafmeting: 0/2, <4 mm;
laagdikte van minimaal 5 mm tot maximaal 23 mm;
dichtheidklasse: 1,8;
drogingskrimp: < 2,5 %;
sterkteklasse: S II;
druksterkte: 2,2 N/mm2;
buigsterkte: > 0,7 N/mm2;
hechtsterkte ≥ 0,1 N/mm2;
fijne fractie: 0,1 g;
warmtegeleidingsvermogen: 0,91 W/(mK);
bouwmateriaalklasse B2*;
waterdampdiffussieweerstand: WS III

*Betere toewijzing mogelijk onder voorbehoud van brandbeveiligingstechnische proefnemingen
(Lehmbau Regeln DVL 2009, p. 97).
Samenstelling

Bouwleem gemalen; kwartszand 0-2 mm;
organische toevoeging: Miscanthus.

Opslag/
houdbaarheid
Bij droge opslag is de mortel onbeperkt houdbaar.
Rendement25 kg leem levert ca. 16,6 l leemmortel op. Bij 10 mm
laagdikte is deze hoeveelheid genoeg voor ca. 1,66 m2
gestukadoord oppervlak, bij 23 mm laagdikte voor ca. 0,72
m2
VerwerkingAan 25 kg wordt ca. 5,4 l water toegevoegd. De ondergrond
moet schoon, vrij van laagjesvormende scheidingsmiddelen,
stofvrij en voldoende ruw zijn omdat de leemmortel
mechanisch hecht. Vooraf nat maken is niet nodig. De
leemmortel wordt óf met de troffel aangeworpen resp.
opgebouwd of met de stukadoormachine opgespoten. Bij
enkellaags stucwerk kan de laagdikte tussen 5 en 23 mm
zijn. Ook meerlagig opbrengen is mogelijk.
Verwerkingduur
droging

Het aangemaakte materiaal kan afgedekt meerdere dagen
worden verwerkt. Eventueel moet opnieuw water worden
toegevoegd. Voor een snelle droging van de leemmortel
wordt de wandverwarming direct na het stukadoren met een
voorlooptemperatuur van 30° - 45°C ingeschakeld. De
vochtigheid wordt daarbij afgevoerd d.m.v. ventileren of door
een bouwontvochtigingsapparaat. Als verwarmen niet
mogelijk is dan moet machinaal worden gedroogd. Het
drogingsprotocol van de DVL moet in acht worden genomen.

(www.wandheizung.de/tp).
Verven/overige afwerklagenDe volgende verflaag of stuclaag mag pas na volledige droging van de stuclagen worden opgebracht.


 De toepassing dient te gebeuren volgens de Lehmbau-Regeln (3.9) van het “Dachverbandes Lehm e.V.” (DVL).

www.wandverwarming.nl